ECLI:NL:RBZLY:2011:BW0512
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M. van Vuure
- G. Blomsma
- R.F. van Aalst
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarigen
De rechtbank Zwolle-Lelystad behandelde op 10 november 2011 een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers in de periode van 1990 tot 2004. De tenlastelegging omvatte onder meer het seksueel binnendringen en aanraken van de slachtoffers.
Tijdens de terechtzitting op 27 oktober 2011 werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de officier van justitie ontvankelijk was. De rechtbank moest beoordelen of de verklaringen van de slachtoffers voldoende steun vonden in andere bewijsmiddelen om aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering te voldoen.
Hoewel de officier van justitie wees op verklaringen van getuigen en de consistentie van de aangeefsters, oordeelde de rechtbank dat deze verklaringen onvoldoende werden ondersteund door objectief bewijs. Daarnaast vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat het slachtoffer haar dochter bewust zou blootstellen aan het risico van misdrijven door haar bij verdachte te laten verblijven.
Daarom concludeerde de rechtbank dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak zij verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarigen.