ECLI:NL:RBZLY:2011:BX2714
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschadevergoeding wegens RSI met discussie over causaliteit en schadeomvang
De zaak betreft een letselschadevordering van [A] tegen haar voormalige werkgever [B] en diens rechtsopvolger [C] wegens RSI-klachten die zij tijdens haar dienstverband opliep. [A] vordert vergoeding van verlies aan arbeidsvermogen, verlies aan zelfwerkzaamheid, diverse kosten en smartengeld. [B en C] betwisten de causaliteit en omvang van de schade mede vanwege pre-existente klachten en stellen dat [A] haar schadebeperkingsplicht niet heeft nageleefd.
De rechtbank stelt vast dat [B en C] aansprakelijk zijn op grond van artikel 7:658 BW Pro en dat de RSI-klachten en arbeidsongeschiktheid volledig aan hen kunnen worden toegerekend, ondanks pre-existente klachten. De rechtbank verwerpt het verweer van andersoortige overbelasting en eigen schuld wegens onvoldoende onderbouwing. De schadeberekening wordt gebaseerd op de vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentages en de richtlijnen van de Letselschade Raad.
De rechtbank kent smartengeld toe van EUR 15.000,00 gelet op de aard en ernst van de klachten en wijst de vordering wegens inbreuk op de persoonlijke levenssfeer af wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank wijst het verzoek van [B en C] om een deskundigenbericht en exhibitie van medische gegevens af. De zaak wordt aangehouden voor nadere schadeberekeningen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevergoeding toe wegens RSI en werkgeversaansprakelijkheid, kent smartengeld toe en wijst de privacyvordering af.