Uitspraak
2.Ontvankelijkheid
3.De verdere beoordeling
1.344,00(3,5 punten x tarief€ 384,00)
Rechtbank Zwolle-Lelystad
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de bewindvoerder bevoegd bleef om de procedure voort te zetten na het overlijden van de onderbewindgestelde. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 1:448 lid 3 BW Pro de bewindvoerder verplicht blijft te handelen totdat de erfgenaam het beheer aanvaardt. Omdat niet was gesteld dat de erfgenaam de procedure had overgenomen, bleef de bewindvoerder bevoegd en ontvankelijk.
De inhoudelijke beoordeling betrof een vordering tot betaling van € 5.656,13, waarvan eiseres stelde dat gedaagde had toegezegd dit bedrag terug te betalen. Eiseres werd toegelaten tot bewijs door getuigenverklaring, maar haar eigen verklaring als partij-getuige kon slechts aanvullend zijn. Er werd onvoldoende aanvullend bewijs geleverd om de toezegging te bewijzen.
De rechtbank concludeerde dat de vordering niet was bewezen en wees deze af. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 1.602,00. Het vonnis werd gewezen door rechter J.W.F. Houthoff en op 26 september 2012 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van € 5.656,13 wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.