ECLI:NL:RBZLY:2012:BV7759
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonvordering bij pay-roll overeenkomst ondanks werkloosheid door beëindiging inleenopdracht
Eiseres vordert betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en niet-genoten vakantieuren van haar pay-roll werkgever voor de periode dat geen werk beschikbaar was. De arbeidsovereenkomst en CAO bevatten bepalingen die loonbetaling beperken tot daadwerkelijk gewerkte uren gedurende de eerste 52 weken.
De werkgever stelt dat deze afwijkingen rechtsgeldig zijn en dat er geen sprake is van werktijdverkorting, waardoor geen loonbetaling verschuldigd zou zijn. De kantonrechter oordeelt echter dat artikel 8 van Pro het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) een eenzijdige werktijdverkorting zonder ministeriële ontheffing verbiedt.
Omdat de werkgever zonder ontheffing de werktijd eenzijdig heeft verkort door het wegvallen van de inleenopdracht en geen ander werk heeft aangeboden, is dit in strijd met het BBA. Hierdoor is het afwijkende loonbeding in de arbeidsovereenkomst en CAO niet van toepassing. De werkgever is gehouden tot loondoorbetaling. De vordering wordt toegewezen met matiging van de wettelijke verhoging tot 10%, en de werkgever wordt veroordeeld tot het verstrekken van een salarisspecificatie onder dwangsom.
Uitkomst: De werkgever is gehouden het loon door te betalen over het overeengekomen minimum aantal uren ondanks het wegvallen van werk.