ECLI:NL:RBZLY:2012:BV9649
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij executiegeschil over dwangbevel bestuursdwangkosten
De zaak betreft een geschil over de bevoegdheid van de kantonrechter bij verzet tegen een dwangbevel dat is uitgevaardigd door de Gemeente Deventer voor het verhaal van kosten van bestuursdwang. De Gemeente had bestuursdwang toegepast door zonder vergunning geplaatste rolluiken te verwijderen en de kosten daarvan vastgesteld. Tegen het dwangbevel werd verzet aangetekend door de eiser.
De Gemeente voerde aan dat sinds de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) per 1 juli 2009 de verzetprocedure tegen dwangbevelen is komen te vervallen en dat het verzet moet worden aangemerkt als een executiegeschil ex artikel 438 Rv Pro, waardoor de kantonrechter niet bevoegd zou zijn. De eiser betoogde dat de oude regeling nog van toepassing is omdat de overtreding vóór 1 juli 2009 zou hebben plaatsgevonden.
De kantonrechter oordeelde dat de situatie waarop de bestuursdwang betrekking heeft, namelijk het plaatsen van rolluiken zonder vergunning, zich na 1 juli 2009 voordeed, zodat de nieuwe regeling van toepassing is. Het dwangbevel wordt gezien als een eerste stap in de executiefase en het verzet moet worden behandeld als een executiegeschil. Gelet op het belang van de zaak is de kantonrechter bevoegd. De primaire vordering van de eiser om ontheffing van het dwangbevel wordt afgewezen. De subsidiaire vordering tot schorsing van de executie is niet ontvankelijk wegens niet-wettelijke inleiding. De Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst het verzet tegen het dwangbevel af.