ECLI:NL:RBZLY:2012:BW1508

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
27 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
96-015264-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave rijbewijs na alcoholinvordering wegens inzet alcoholslotprogramma

Klager wordt verdacht van rijden onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 735 microgram per liter uitgeademde lucht op 15 januari 2012, waarbij hij tevens verkeersgevaarlijk rijgedrag vertoonde. Naar aanleiding hiervan werd zijn rijbewijs ingevorderd door de politie en door het Openbaar Ministerie ingehouden.

Klager verzocht om teruggave van zijn rijbewijs, maar de officier van justitie concludeerde tot afwijzing van dit verzoek. De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en constateert dat het rijbewijs inmiddels ongeldig is verklaard door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) in het kader van een bestuursrechtelijke vorderingsprocedure, waarbij klager moet deelnemen aan het alcoholslotprogramma (ASP).

De rechtbank overweegt dat door het alcoholslotprogramma het recidivegevaar op korte termijn aanzienlijk wordt beperkt, waardoor de strafrechtelijke invorderingsprocedure geen toegevoegde waarde meer heeft. Tevens benadrukt de rechtbank dat strafrechtelijke invordering niet bedoeld is als een voorschot op de straf, omdat dit in strijd zou zijn met het strafrechtelijke beginsel dat straf pas na onherroepelijke veroordeling wordt uitgevoerd.

Gezien het feit dat het bestuursrechtelijke traject met ASP is ingezet en het recidivegevaar daardoor is verminderd, weegt het belang van klager zwaarder dan het belang bij het langer ingevorderd houden van het rijbewijs. Daarom verklaart de rechtbank het bezwaarschrift gegrond en beveelt de teruggave van het rijbewijs.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de teruggave van het rijbewijs wordt aanbevolen.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Strafraadkamer
Parketnummer : 96/015264-12
Rekestnummer : 12/138
Uitspraakdatum : 27 februari 2012
Beschikking op het klaagschrift ingevolge artikel 164, lid 8, van de Wegenverkeerswet 1994 ter griffie ingekomen op 30 januari 2012, van:
(naam klager),
geboren op (geboortejaar)
wonende te (adres),
in deze zaak woonplaats kiezend op het kantoor van
mr. J.H. Rump, advocaat te Zwolle,
strekkende tot teruggave van zijn door de Regiopolitie IJsselland, Team Zwolle-Centrum/ Zuid, ingevorderde en door het openbaar ministerie ingehouden rijbewijs.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 22 februari 2012, waar klager, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Rump, en de officier van justitie, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes, zijn gehoord.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek tot teruggave.
MOTIVERING
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op de onderhavige zaak betrekking hebbende strafdossier met opgemeld parketnummer.
Uit de stukken en hetgeen bij de behandeling in raadkamer naar voren is gebracht blijkt dat
klager ervan wordt verdacht op 15 januari 2012 als bestuurder van een motorrijtuig te hebben gereden, terwijl hij verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank (uitslag van onder¬zoek met ademanalyseapparaat 735 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht), waarbij hij verkeersgevaarlijk rijgedrag heeft vertoond.
De rechtbank is daarom van oordeel dat de invordering van het rijbewijs terecht is geschied.
Het rijbewijs van klager is inmiddels door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) ongeldig verklaard in het kader van de bestuursrechtelijke vorderingsprocedure. In dat kader zal klager moeten meedoen aan het alcoholslotprogramma (ASP). Dit betekent dat klager voorlopig niet, of slechts in een auto met alcoholslot zal mogen rijden. Met deze nieuwe vorderingsprocedure met ASP wordt het recidivegevaar aanzienlijk beperkt.
De vraag is of náást de bestuursrechtelijke vorderingsprocedure met ASP, de stafrechtelijke invorderingprocedure nog een toegevoegde waarde heeft.
Ook met de strafrechtelijke invorderingsprocedure is beoogd om het recidivegevaar op de korte termijn tegen te gaan. Daarbij wordt er veronderstellenderwijs van uitgegaan dat de hoogte van het geconstateerde ademalcoholgehalte indicatief is voor het recidivegevaar.
Echter, nu ten aanzien van klager de bestuursrechtelijke vorderingsprocedure is ingezet, is daarmee het recidivegevaar op de korte termijn aanzienlijk beperkt. Het belang van de strafrechtelijke invorderingsprocedure is daarmee komen te vervallen.
Daarbij overweegt de rechtbank voorts nog, dat de strafrechtelijke invordering van het rijbewijs niet bedoeld kan zijn als een lik-op-stuk-beleid waarbij alvast een voorschot op de te verwachten straf wordt opgelegd. Dat de termijn van de invordering van het rijbewijs later wordt afgetrokken van de periode van de onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegd¬heid, maakt dat dit in de praktijk veelal wel als een voorschot op de straf wordt gezien en gevoeld. Maar het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de regeling. Het zou indruisen tegen één van de belang¬rijkste beginselen in het strafrechtelijk systeem, dat een straf eerst wordt tenuitvoergelegd nadat iemand onherroepelijk is veroordeeld.
Op grond van het voorgaande overweegt dat de rechtbank dat, gegeven het feit dat de bestuursrechtelijke vorderingsprocedure met ASP is ingezet, het recidivegevaar zodanig is geweken, dat op dit moment het belang van klager zwaarder dient te wegen dan het belang bij het langer ingevorderd houden van het rijbewijs. De rechtbank zal het bezwaarschrift daarom gegrond verklaren.
BESLISSING
Het beklag is gegrond.
De rechtbank beveelt de teruggave van zijn rijbewijs aan (klager) voornoemd.
Aldus gedaan door mr. F. Koster, rechter, in tegenwoordigheid van P.A. Feenstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2012.