ECLI:NL:RBZLY:2012:BW3648
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in strafzaak overtreding Leerplichtwet
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [A], kantonrechter in haar strafzaak wegens overtreding van de Leerplichtwet. Zij stelde dat de rechter niet onpartijdig was, met name vanwege de weigering haar gemachtigde, geen advocaat, toe te laten als vertegenwoordiger en vermeende onbekendheid met relevante wetsartikelen.
De rechtbank overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er concrete feiten zijn die het tegendeel aantonen. De kern van het wrakingsverzoek betrof een processuele beslissing die niet ter beoordeling van de wrakingskamer stond. De kantonrechter had zijn beslissing gemotiveerd en verwees naar artikel 398 Sv Pro en jurisprudentie.
Verder oordeelde de rechtbank dat verzoekster voldoende gelegenheid had gekregen zich te verdedigen en dat de vermeende onwetendheid van de kantonrechter over de Leerplichtwet geen grond voor wraking vormde. Ook het niet onmiddellijk schorsen van de zitting na het wrakingsverzoek was geen reden voor wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor partijdigheid en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door drie rechters op 25 april 2012.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.