ECLI:NL:RBZLY:2012:BW5700
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering curatoren DSB Bank na schuldsanering en faillissement afgewezen misleidingsverweer
De zaak betreft een betalingsvordering van de curatoren van DSB Bank tegen [gedaagde], die twee kredietovereenkomsten met DSB had gesloten. Na toelating tot de wettelijke schuldsanering en een faillissement werd een regeling getroffen voor een van de kredieten. De curatoren vorderden betaling van een openstaand bedrag van €7.347,73 plus rente.
[gedaagde] voerde verweer dat zij er op mocht vertrouwen dat zij met een eerdere betaling finale kwijting had verkregen en dat zij misleid was doordat DSB pas na die betaling een tweede vordering instelde. Ook stelde zij dat de vordering verjaard was en dat de schuldsanering ten onrechte was beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat DSB wel degelijk beide vorderingen bij de bewindvoerder had ingediend en dat het niet aan DSB te wijten was dat [gedaagde] zich niet bewust was van de twee kredieten. De verjaring werd verworpen omdat de vordering tijdig was ingediend en er na het faillissement een nieuwe verjaringstermijn was gestart. Het misleidingsverweer werd niet gevolgd. De vordering werd toegewezen, de reconventionele vordering van [gedaagde] afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €7.347,73 aan de curatoren van DSB Bank en wijst het verweer van misleiding en verjaring af.