ECLI:NL:RBZLY:2012:BW7174
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking rechter-commissaris over niet ontvankelijkheid verzoek opheffing bewaring en onmiddellijke invrijheidstelling
Op 4 november 2011 heeft de verdachte via zijn raadsman een verzoek ingediend tot opheffing dan wel schorsing van de bewaring. De raadsman stelde dat de gronden voor het bevel bewaring niet meer aanwezig waren en betoogde dat het bevel bewaring niet meer ten uitvoer kon worden gelegd omdat de termijn was verstreken.
De rechter-commissaris constateerde dat verdachte op grond van een eerdere beslissing van 15 juli 2011 was vastgehouden op basis van voorlopige verpleging. Hoewel de rechtbank op 23 augustus 2011 een afwijzende beslissing nam over definitieve verpleging, werd de voorlopige verpleging voortgezet tot het gerechtshof deze beslissing op 3 november 2011 bekrachtigde.
De officier van justitie stelde dat vanaf die datum het bevel bewaring van 9 september 2011 ten uitvoer kon worden gelegd. De rechter-commissaris oordeelde echter dat op grond van art. 68 lid 1 Sv Pro niet twee bevelen tot preventieve hechtenis tegelijk uitgevoerd mogen worden. Het laatst gegeven bevel, het bevel bewaring, zou voorrang moeten krijgen, maar voortzetting van het eerste bevel onder schorsing van het latere is niet verenigbaar met de wet.
Daarom werd verdere uitvoering van het bevel bewaring als onrechtmatig beschouwd. De rechter-commissaris verklaarde het verzoek tot opheffing of schorsing van bewaring niet ontvankelijk en beval onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte omdat geen rechtmatige grond bestond om hem vast te houden.
Uitkomst: Verdachte wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek en onmiddellijk in vrijheid gesteld wegens onrechtmatige bewaring.