ECLI:NL:RBZLY:2012:BX3558

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
26 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07.653254-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging doodslag en mishandeling wegens onvoldoende bewijs

De verdachte werd primair verdacht van poging doodslag en subsidiair van mishandeling van zijn echtgenote in mei 2011 te Deventer. Hij zou zijn vrouw bij de keel hebben gegrepen en dichtgeknepen, met de intentie haar te doden of letsel toe te brengen.

Tijdens de terechtzitting erkende verdachte het vastpakken van de keel, maar ontkende opzet tot doden of het toebrengen van pijn of letsel. De verklaringen van verdachte en aangeefster kwamen inhoudelijk grotendeels overeen, maar het dossier bevatte geen aanvullend bewijs om de aangifte te ondersteunen.

De rechtbank oordeelde dat onvoldoende vaststond dat verdachte opzet had tot doodslag of dat hij daadwerkelijk letsel had toegebracht. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding van €500, omdat de strafbare feiten niet bewezen waren.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging doodslag en mishandeling wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD
Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer
Parketnummer: 07.653254-11 (P)
Uitspraak: 26 juli 2012
VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:
het openbaar ministerie
tegen
[Verdachte,
geboren op [geboortejaar],
wonende te [adres].
ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 juli 2012.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Assen.
Als officier van justitie was aanwezig mr. G. Dankers.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ten laste gelegd dat:
Hij op of omstreeks 4 mei 2011, althans in de maand mei 2011, te Deventer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] bij de keel heeft vastgepakt en (vervolgens) (met kracht) de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden
hij op of omstreeks 4 mei 2011, althans in de maand mei 2011, te Deventer opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [slachtoffer], bij haar keel heeft vastgepakt en (vervolgens) met kracht de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
VOORVRAGEN
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
BEWIJSMOTIVERING
Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting betoogd dat hetgeen primair en subsidiair ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend kan worden bewezen nu de aangifte van aangeefster op geen enkele wijze door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund en heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte van hetgeen hem ten laste is gelegd zal worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Met betrekking tot het primair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw daartoe aangevoerd dat uit het dossier niet duidelijk is geworden op welke datum het incident heeft plaatsgevonden. Nu aangeefster en verdachte beide een andere datum in mei 2011 noemen is het naar de mening van de raadsvrouw mogelijk dat haar cliënt het over een ander incident heeft dan aangeefster. Voorts heeft de raadsvrouw met betrekking tot het primair en subsidiair ten laste gelegde aangevoerd dat de aangifte van aangeefster niet door enig ander bewijsmiddel in het dossier wordt ondersteund.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt het navolgende.
Verdachte wordt primair verdacht van poging doodslag en subsidiair van mishandeling van zijn vrouw. Verdachte zou aangeefster tijdens een ruzie bij de keel hebben gegrepen en haar keel hebben dichtgeknepen. Dit voorval zou op of omstreeks 4 mei 2011, althans in de maand mei 2011, hebben plaatsgevonden. Verdachte heeft erkend zijn vrouw bij de keel te hebben gepakt doch heeft ontkend dat hij de intentie zou hebben gehad haar te doden dan wel pijn en/of letsel toe te brengen.
Met betrekking tot de ten laste gelegde pleegdatum 4 mei 2011
Aangeefster heeft bij de politie verklaard dat het incident vóór Moederdag (8 mei 2011) op 4 mei 2011 zou hebben plaatsgevonden. Verdachte heeft bij de politie wisselend verklaard over de vermoedelijke pleegdatum. De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat haar cliënt het waarschijnlijk over een ander incident heeft gehad dan aangeefster.
De rechtbank overweegt dat de gedetailleerde verklaringen over het incident van zowel aangeefster als verdachte vrijwel overeenkomen. Voorts overweegt de rechtbank dat het dossier geen nadere aanknopingspunten bevat om van twee verschillende incidenten uit te gaan. Gezien het voornoemde ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat verdachte en aangeefster over twee verschillende incidenten hebben gesproken. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.
Met betrekking tot het primair en subsidiair ten laste gelegde
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat de intensiteit van de handelingen van verdachte van zodanige aard is geweest dat vastgesteld kan worden dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van aangeefster. Evenmin kan worden bewezen dat verdachte aangeefster pijn en/of letsel heeft toegebracht. De verklaring van aangeefster wordt daartoe onvoldoende ondersteund door andere wettige bewijsmiddelen.
De rechtbank zal verdachte derhalve van het primair en subsidiair ten laste gelegde vrijspreken.
Vordering benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 500,- gevoegd in het strafproces.
Nu verdachte echter van de ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.
BESLISSING
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
Schadevergoeding
De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering niet ontvankelijk is.
Aldus gewezen door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mrs. A.J. Louter en A.M. van der Pal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. van den Hoek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2012.
Mr. A.M. van der Pal voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.