ECLI:NL:RBZLY:2012:BX3682
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid inhouding rijbewijs na overschrijding alcoholgrens
Op 7 juni 2012 werd het rijbewijs van klager ingevorderd omdat het ademalcoholgehalte tijdens het besturen van een motorrijtuig 940 µg/l bedroeg, ruim boven de wettelijke grens van 570 µg/l. De officier van justitie besloot daarop het rijbewijs voor zeven maanden in te houden. Klager diende een klaagschrift in tegen deze inhouding.
De raadsman van klager voerde aan dat de officier van justitie als bestuursorgaan moet worden gezien en dat de bepalingen van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) over bekendmaking van besluiten van toepassing zijn. Volgens hem had de beslissing tot inhouding binnen tien dagen kenbaar moeten worden gemaakt, anders moest het rijbewijs worden teruggegeven.
De rechtbank oordeelde echter dat de bevoegdheid van de officier van justitie om rijbewijzen in te houden nauw samenhangt met strafrechtelijke vervolging en daarom niet onder de AWB valt. De inhouding is een daad van vervolging en de bepalingen over bekendmaking uit de AWB zijn niet van toepassing. Ook de persoonlijke omstandigheden van klager, zoals deelname aan schuldsanering en het gebruik van een scooter als goedkoop vervoermiddel, wegen niet zwaar genoeg om af te wijken van de wettelijke inhouding.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en bevestigde de rechtsgeldigheid van de inhouding van het rijbewijs.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond en bevestigt de rechtsgeldigheid van de inhouding van het rijbewijs.