Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZLY:2012:BX7623

Rechtbank Zwolle-Lelystad

Datum uitspraak
30 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 12/853
Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:5 AwbArt. 4 AWBZArt. 1.1.1 Regeling subsidies AWBZArt. 2.6.3 Regeling subsidies AWBZArt. 10:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid zorgverzekeraar bij vaststelling persoonsgebonden budget

Eiseres ontving een persoonsgebonden budget (PGB) op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het Zorgkantoor stelde bij besluiten van augustus 2011 vast dat een deel van het PGB niet was besteed aan zorg, wat leidde tot een vermindering van de subsidievaststelling. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten. Vervolgens verklaarde de zorgverzekeraar het bezwaar ongegrond in een besluit van maart 2012.

De rechtbank stelde vast dat het Zorgkantoor op grond van artikel 2.6.3 van de Regeling subsidies AWBZ bevoegd is het PGB toe te kennen en vast te stellen. De zorgverzekeraar, verweerder in deze zaak, was niet bevoegd om over het bezwaar te beslissen, omdat deze bevoegdheid niet aan hem is gemandateerd en niet voortvloeit uit de mandaat/volmacht-overeenkomst.

Daarom oordeelde de rechtbank dat het besluit van de zorgverzekeraar om het bezwaar ongegrond te verklaren niet rechtsgeldig was. Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Hiermee werd bevestigd dat alleen het Zorgkantoor bevoegd is voor de vaststelling en controle van het PGB.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de zorgverzekeraar wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer
Registratienummer: Awb 12/853
Bestreden besluit: 21 maart 2012
Datum zitting: 30 augustus 2012
Proces-verbaal van de op de openbare zitting op de hierboven vermelde datum gedane mondelinge uitspraak
in het geding tussen:
[eiseres],
wonende te Harderwijk, eiseres,
gemachtigde: R. Dorst
en
Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V.,
gevestigd te Leiden, verweerder.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak.
1. Beslissing
De rechtbank:
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het bestreden besluit.
2. Overwegingen
2.1 Bij besluit van 15 augustus 2011, aangevuld met een besluit van 16 augustus 2011, heeft het Zorgkantoor aan eiseres de uitkomst meegedeeld van de controle op de verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget (hierna: PGB) over de periode van 9 maart 2011 tot en met 30 juni 2011 dat aan eiseres is toegekend op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ). Daarbij heeft het Zorgkantoor bepaald dat een bedrag van € 351,90 niet is gebruikt voor betaling van zorg, welk bedrag in mindering zal worden gebracht op de definitieve subsidievaststelling.
Op 13 september 2011 heeft eiseres tegen dit besluit bezwaar aangetekend.
Bij gewijzigd besluit van 13 oktober 2011 heeft het Zorgkantoor meegedeeld dat alsnog een bedrag van € 148,58 wordt aangemerkt als betaling voor zorg, zodat een bedrag van € 203,32 op de verantwoording in mindering op de definitieve subsidievaststelling zal worden gebracht. Het Zorgkantoor heeft dit nader toegelicht in een brief van 25 oktober 2011.
Eiseres heeft te kennen gegeven haar bezwaar te handhaven. Verweerder heeft het bezwaar bij besluit van 21 maart 2012 ongegrond verklaard.
2.2 Artikel 1:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat onder het maken van bezwaar wordt verstaan: het gebruik maken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.
Artikel 4 van Pro de AWBZ bepaalt dat in de uitvoering van de AWBZ-verzekering wordt voorzien door de zorgverzekeraars en het College zorgverzekeringen.
Artikel 1.1.1 van de Regeling subsidies AWBZ (hierna: de Regeling), aanhef en onder g, bepaalt dat onder een zorgkantoor moet worden verstaan een verbindingskantoor als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering. Bedoeld artikel van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering bepaalt dat onder een zorgkantoor wordt verstaan een ingevolge artikel 3, tweede lid, aangewezen perifere instelling.
Artikel 2.6.3, eerste lid, van de Regeling bepaalt – kort gezegd en voor zover thans van belang – dat het Zorgkantoor een verzekerde een persoonsgebonden budget verleent indien de verzekerde beschikt over een indicatiebesluit.
2.3 De rechtbank overweegt dat het Zorgkantoor aan de hand van een indicatiebesluit een PGB verstrekt aan de verzekerde bij voor bezwaar en beroep vatbaar besluit. Gelet op artikel 1:5, eerste lid, van de Awb dient op een bezwaar tegen zodanig besluit beslist te worden door het bestuursorgaan dat het besluit in primo heeft genomen. Daaruit volgt dat verweerder niet bevoegd is op het bezwaar van eiseres te beslissen.
2.4 Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat krachtens de mandaat/volmacht-overeenkomst van november 2008 de bevoegdheid om te beslissen op het bezwaar is voorbehouden aan de zorgverzekeraar en in casu verweerder. Daarmee heeft verweerder miskend dat de zorgverzekeraar onbevoegd is om het PGB vast te stellen, nu die bevoegdheid krachtens artikel 2.6.3, eerste lid, van de Regeling aan het Zorgkantoor is voorbehouden. Van mandatering van de bevoegdheid om in naam van de zorgverzekeraar besluiten te nemen zoals bedoeld in artikel 10:1 van Pro de Awb, is dan ook geen sprake. Reeds om die reden komt aan de mandaat/volmachtovereenkomst geen betekenis toe.
2.5 Gelet op voorgaande was verweerder onbevoegd om op het bezwaar van eiseres te beslissen en komt het besluit – voor zover bestreden – reeds om die reden voor vernietiging in aanmerking.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door mr. P.H. Banda en mr. C.J.H. Terwal, als griffier, is ondertekend.
Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2012.
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen binnen zes weken na de datum van verzending van een afschrift van het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak hoger beroep instellen door toezending van een beroepschrift en een kopie van het afschrift proces-verbaal aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht