ECLI:NL:RBZLY:2012:BX9587
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen opdrachtgeverschap van vrouw en dochter voor advocaat bij juridische bijstand in beslaggenomen paardenzaak
De zaak betreft een geschil over de vraag wie opdrachtgever was van een advocaat die juridische werkzaamheden verrichtte in verband met inbeslagname van paarden en pony's. De advocaat vorderde dat de rechtbank zou verklaren dat zowel de vrouw als de dochter van de failliete echtgenoot medeopdrachtgevers waren.
De rechtbank stelde vast dat de advocaat geen schriftelijke opdrachtbevestiging had en dat de correspondentie uitsluitend gericht was aan de failliete echtgenoot en diens dochter, niet aan de vrouw. De advocaat had onvoldoende feiten gesteld om aan te tonen dat de vrouw ook opdrachtgever was, ondanks dat zij de regie zou voeren en de facturen betaalde.
De rechtbank oordeelde dat de advocaat niet had voldaan aan zijn stelplicht en dat de vrouw en dochter niet als opdrachtgever konden worden beschouwd. De vorderingen werden afgewezen en de advocaat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de advocaat af en oordeelt dat de vrouw en dochter geen opdrachtgever zijn.