ECLI:NL:RBZLY:2012:BY0690
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaringskwestie inzake ligplaats woonark op provinciaal water
De provincie Overijssel is eigenaar van een strook grond en water naast de provinciale vaarweg Beukers-Steenwijk, geschikt als ligplaats voor een woonark. De VVV had sinds 1980 eigendom van de ark, maar verkreeg nooit toestemming van de provincie voor het innemen van de ligplaats. De provincie trok in 2010 de eerder verleende ontheffing voor het gebruik van de ligplaats in en vorderde verwijdering van de ark en voorzieningen.
De VVV stelde primair dat haar vordering tot revindicatie verjaard was en dat zij door verjaring eigenaar was geworden van de strook water of een erfdienstbaarheid had verkregen. Subsidiair voerde zij vruchtgebruik aan en stelde zij dat verwijdering zonder alternatieve voorziening of vergoeding niet kon.
De rechtbank oordeelde dat de VVV geen bezit had van de strook water en dat het beroep op verjaring ex artikel 3:314 lid 2 BW Pro niet opgaat. Ook het beroep op vruchtgebruik werd verworpen omdat het genot van water niet als natuurlijke vrucht kan worden aangemerkt. De rechtbank wees de schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing door de provincie.
De rechtbank stelde de provincie in de gelegenheid te reageren op het verjaringsverweer ex artikel 3:314 lid 1 BW Pro en hield verdere beslissing aan. De voorzieningen op de grond rondom de ligplaats moesten worden verwijderd omdat de ontheffing was ingetrokken en de VVV hiertegen geen verweer voerde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding af en houdt verdere beslissing aan in afwachting van reactie provincie op verjaringsverweer.