ECLI:NL:RBZUT:1995:AE1687
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Bie
- Slavenburg
- Hermans
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in Puttense moordzaak wegens onvoldoende bewijs
Op 9 januari 1994 werd in Putten een vrouw op gruwelijke wijze om het leven gebracht, waarbij sprake was van verkrachting en doodslag. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van deze feiten samen met medeverdachten. Tijdens de terechtzittingen in december 1994 werden diverse getuigen gehoord en processtukken bestudeerd.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de gedetailleerde verklaringen van getuigen en het forensisch bewijs, niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan. Verweren over onrechtmatige druk bij verhoren werden verworpen omdat verklaringen in vrijheid waren afgelegd en geen aanwijzingen voor onrechtmatigheden waren.
De rechtbank concludeerde dat de bewijsvoering onvoldoende was om tot een veroordeling te komen en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het onderzoek werd deels hervat om aanvullende getuigen te horen, maar de uiteindelijke uitspraak was vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor moord en poging tot verkrachting.