ECLI:NL:RBZUT:1999:AA3480
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vermindering nabestaandenuitkering wegens cumulatie met AAW-uitkering
Eiseres, weduwe van haar echtgenoot die in augustus 1996 overleed, ontvangt een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Verweerder heeft haar AAW-uitkering in mindering gebracht op deze nabestaandenuitkering. Eiseres betoogt dat zij hierdoor onredelijk financieel nadeel lijdt en dat de Anw onrechtvaardig onderscheid maakt tussen inkomen uit arbeid en inkomen in verband met arbeid.
De rechtbank overweegt dat het voorkomen van cumulatie van uitkeringen een gerechtvaardigd doel is, zoals ook is bevestigd in eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep omtrent de AAW en de voorloper van de Anw, de AWW. De rechtbank ziet geen reden om dit anders te beoordelen bij samenloop van een AAW- en een Anw-uitkering.
De rechtbank wijst erop dat het nadeel voortvloeit uit het feit dat eiseres zich niet tijdig aanvullend heeft verzekerd, en dat de overgangsregeling in de Anw slechts een beperkte groep nabestaanden beschermt. Het onderscheid in de mate van vermindering van inkomen is bedoeld om arbeidsparticipatie niet te ontmoedigen en is geoorloofd.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vermindering van de nabestaandenuitkering met de AAW-uitkering wordt ongegrond verklaard.