ECLI:NL:RBZUT:2000:AA7123
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens besluit tot afwijzing bijstandsaanvraag medehuurder
Eiser en zijn medehuurder huurden samen een woning in Ermelo. Namens de medehuurder diende eiser een aanvraag in voor een bijstandsuitkering die aanvankelijk werd afgewezen omdat werd aangenomen dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. Na bezwaar werd het besluit herroepen en alsnog bijstand toegekend.
Eiser verzocht vervolgens om vergoeding van immateriële schade wegens het afwijzende besluit, stellende dat dit hem ernstig had getroffen en zelfs tot een ziekenhuisopname leidde. De rechtbank oordeelt dat het besluit uitsluitend gericht was op de medehuurder en dat de Algemene bijstandswet (Abw) alleen de belangen van de bijstandsbehoevende beschermt, niet die van derden zoals eiser.
De rechtbank stelt vast dat het afwijzen van de aanvraag geen onrechtmatige daad jegens eiser oplevert en dat de normen van de Abw niet strekken tot bescherming tegen de door eiser gestelde schade. Ook het feit dat eiser als gemachtigde optrad, verandert hier niets aan. De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat er geen aanleiding is tot schadevergoeding, ook niet voor immateriële schade. Tevens is geen sprake van aantasting van eer of goede naam of lichamelijk letsel door het besluit.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om immateriële schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.