ECLI:NL:RBZUT:2000:BN9196

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
14 juli 2000
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00/630 VEROR 57
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • K. van Duyvendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 42p APV gemeente Apeldoorn 1998
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen voorschrift ontheffing geluidhinder in Apeldoorn

De rechtbank Zutphen behandelde een verzoek om voorlopige voorziening tegen een voorschrift verbonden aan een ontheffing van het geluidhinderverbod uit de APV Apeldoorn. De ontheffing was verleend aan Strukton Railinfra Projecten BV voor onderhoudswerkzaamheden aan de Jachtlaan te Apeldoorn, waaronder nachtelijke werkzaamheden.

Het geschil betrof het derde voorschrift, dat bewoners met een verwacht geluidsniveau van 51 dB(A) of hoger een hotelverblijf op kosten van verzoekster aanbood. Verzoekster stelde dat dit voorschrift niet valt onder de bevoegdheid van het college om voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder te verbinden, omdat geluidhinder niet wordt voorkomen maar slechts verplaatst.

De rechtbank oordeelde dat er gerede twijfel bestaat over de bevoegdheid van het college om dit voorschrift te verbinden aan de ontheffing. Gezien de belangen en het voorlopige karakter van de uitspraak werd het voorschrift geschorst. Bewoners kunnen er zelf voor kiezen elders te verblijven op eigen kosten.

De rechtbank veroordeelde de gemeente tot betaling van proceskosten en griffierecht aan verzoekster.

Uitkomst: Het derde voorschrift bij de ontheffing wordt geschorst wegens twijfel over de bevoegdheid van het college.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ZUTPHEN
Sector Bestuursrecht
Reg.nr. 00/630 VEROR 57
UITSPRAAK
op het verzoek om een voorlopige voorziening in het geschil tussen:
NS Railinfrabeheer BV, te Zwolle, verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 19 mei 2000, waarbij aan Strukton Railinfra Projecten BV
ontheffing is verleend van het in artikel 42p van de Algemene Plaatselijke Verordening 1998
van de gemeente Apeldoorn (APV) gestelde verbod inzake geluidhinder.
2. Procesverloop
Namens verzoekster is bij brief van 26 juni 2000 bezwaar gemaakt tegen één van de aan de
verleende ontheffing verbonden voorschriften. Bij brief van 6 juli 2000 is verzocht om een
voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het verzoek is behandeld ter zitting van 14 juli 2000, waar namens verzoekster zijn
verschenen ir. P. de Groot en J. Sandbrink, bijgestaan door mr. F.M.G.M. Leyendeckers.
Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.A.G. Visser en G.L. ter Brugge.
3. Motivering
Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb dient te worden nagegaan, of onverwijlde spoed, gelet op
de betrokken belangen, een voorlopige voorziening vereist. Voor zover deze toetsing
meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft deze uitspraak
daaromtrent een voorlopig karakter en is deze niet bindend voor de beslissing in die
procedure.
In artikel 42p, eerste lid, van de APV is bepaald dat het verboden is met toestellen of
geluidsapparaten, dan wel op andere wijze handelingen te verrichten, waardoor voor een
omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toe te laten
dat deze handelingen worden verricht. Ingevolge het derde lid van dit artikel kunnen
burgemeester en wethouders van dit verbod ontheffing verlenen.
Ingevolge het vierde lid kunnen aan de ontheffing voorschriften worden verbonden ter
voorkoming of beperking van geluidhinder. Blijkens het vijfde lid kunnen deze voorschriften
onder meer betreffen: het maximale geluidsniveau, de situering van geluidsbronnen, de
frequentie en tijden van gebruik.
Bij het bestreden besluit is ontheffing verleend in verband met in opdracht van verzoekster
uit te voeren onderhoudswerkzaamheden aan de Jachtlaan te Apeldoorn ter plaatse van de
spoorwegovergang in het spoortraject Amersfoort-Apeldoorn, welke werkzaamheden onder
meer in de nachtelijke uren op 16/17 juli, 22/23 juli , 23/24 juli en 24/25 juli a.s. zullen worden
verricht. Verweerder heeft aan de ontheffing een drietal voorschriften verbonden.
In geschil is het derde voorschrift, inhoudende dat aan bewoners van woningen van derden
waar uit het akoestisch onderzoek, behorende bij de ontheffingsaanvraag, blijkt dat het
equivalent geluidsniveau in de nachtperiode 51 dB(A) of hoger zal zijn, moet worden
aangeboden om gedurende de nachten dat de werkzaamheden zullen plaatsvinden, op
kosten van verzoekster – tot een maximum van f 120,- per persoon per overnachting,
inclusief ontbijt – in een hotel of vergelijkbare accommodatie te verblijven.
Namens verzoekster is gesteld dat dit voorschrift niet kan worden aangemerkt als een
voorschrift ter voorkoming of beperking van geluidhinder, als bedoeld in artikel 42p, vierde
lid, van de APV, aangezien er van geluidhinder nog steeds en in dezelfde mate sprake zal
zijn als een aantal omwonenden in een hotel wordt ondergebracht. Verzoekster kan
vooralsnog in deze stelling worden gevolgd, zodat ernstig moet worden betwijfeld of
verweerder bevoegd is een voorschrift als het onderhavige aan een ontheffing te verbinden.
Nu er gerede twijfel bestaat of het bestreden besluit, voor zover aangevochten, stand kan
houden in de bodemprocedure, is er -mede gelet op de bij dat besluit betrokken belangen aanleiding
voor het treffen van een voorlopige voorziening als gevraagd, namelijk schorsing
van het in geding zijnde voorschrift. Opmerking hierbij verdient dat omwonenden die een
mogelijke verstoring van hun nachtrust door de te verwachten geluidhinder wensen te
voorkomen, kunnen kiezen voor een verblijf elders op eigen kosten.
Er is aanleiding voor een veroordeling in kosten van verleende rechtsbijstand.
4. Beslissing
De president van de rechtbank,
recht doende:
-schorst het in geding zijnde aan de ontheffing verbonden voorschrift;
-veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van f 710,-, te
betalen door verweerders gemeente;
-bepaalt dat veweerders gemeente het betaalde griffierecht van f 450,- aan verzoekster
vergoedt.
Aldus gegeven door mr. K. van Duyvendijk, fungerend president, en in het openbaar
uitgesproken op 14 juli 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.