ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0265
Rechtbank Zutphen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning aanbouw woning
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de bouwvergunning die aan derde partij is verleend voor een aanbouw aan de achterzijde van een woning. De vergunning is verleend onder toepassing van artikel 50, vierde lid, van de Woningwet, waarbij de beslissing op de aanvraag is aangehouden vanwege een voorbereidingsbesluit en het bouwplan niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat het bouwplan niet strijdig is met het vigerende bestemmingsplan, met name dat de aanbouw niet als zijgevel in de zin van de planvoorschriften kan worden aangemerkt. Ook zijn geen weigeringsgronden uit artikel 44 Woningwet Pro van toepassing.
Verder is vastgesteld dat de beslistermijn van dertien weken uit artikel 46 Woningwet Pro niet is nageleefd, waardoor de vergunning op 19 juli 2000 van rechtswege is verleend. Het bezwaarschrift van verzoekster is gegrond verklaard als gericht tegen deze van rechtswege verleende vergunning en wordt als tijdig ontvangen beschouwd.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het besluit te schorsen of te vernietigen, omdat geen strijd met geschreven of ongeschreven recht is vastgesteld en het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.