ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0641
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. van Duijvendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigde opvangtoelage asielzoeker
Eiser ontving sinds 1 december 1995 opvang en een persoonlijke toelage op grond van de Regeling opvang asielzoekers (ROA). Na een verhuizing en het verkrijgen van inkomsten als zelfstandig ondernemer, beëindigde de gemeente Harderwijk de uitkering per 1 september 1999 en vorderde zij een bedrag van f 16.310,- terug wegens onverschuldigde betalingen vanaf 1 juli 1998.
Eiser betwistte de ingangsdatum van de intrekking en stelde dat hij pas vanaf 1 november 1998 inkomsten had. De rechtbank oordeelde echter dat het netto bedrijfsresultaat van f 32.000,- in de tweede helft van 1998 geheel aan die periode moet worden toegerekend, waardoor eiser vanaf 1 juli 1998 geen recht meer had op de toelage.
Daarnaast werd het betwiste bedrag van f 720,- per maand in de terugvordering betrokken, ondanks dat eiser niet van alle betalingen, zoals aan de Stichting Vluchtelingenwerk, direct profijt had gehad. De rechtbank vond dit terecht omdat de gemeente deze kosten forfaitair vergoed kreeg en de nalatigheid van eiser om zijn werkzaamheden tijdig te melden de oorzaak was van de doorbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van f 16.310,- bevestigd.