ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0819
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- J.M.H. van Staveren
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging rijontzegging na onduidelijkheid over invordering rijbewijs
De zaak betreft een kort geding waarin eiser de Staat der Nederlanden verzoekt de executie van een vonnis tot rijontzegging te beëindigen of te vervroegen. Eiser stelt dat zijn rijbewijs reeds op 19 juli 1999 in bezit was van justitie, waardoor de ontzegging op 19 oktober 2000 zou zijn geëindigd. De Staat betwist dit en stelt dat het rijbewijs niet daadwerkelijk was ingeleverd, waardoor de ontzegging pas op 10 oktober 2000 inging.
De rechtbank overweegt dat hoewel de wet vereist dat het rijbewijs daadwerkelijk wordt ingeleverd voor aftrek van de ontzeggingstermijn, uit het dossier blijkt dat partijen er op de terechtzitting van 3 februari 2000 van uitgingen dat het rijbewijs was ingevorderd. Eiser heeft bovendien meerdere keren verhuisd, waardoor het rijbewijs mogelijk pas op 14 juli 2000 daadwerkelijk is ingeleverd.
Gezien deze onduidelijkheden en het feit dat eiser sinds 19 juli 1999 geen motorvoertuig heeft bestuurd, acht de rechtbank het niet uitgesloten dat een gratieverzoek kans van slagen heeft. Daarom wordt de executie van het vonnis geschorst onder de voorwaarde dat binnen twee weken een gratieverzoek wordt ingediend.
De rechtbank compenseert de kosten tussen partijen en wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De executie van de rijontzegging wordt geschorst onder de voorwaarde dat binnen twee weken een gratieverzoek wordt ingediend.