ECLI:NL:RBZUT:2001:AB1134
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Harreveld
- De Visser
- Vierveijzer
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplegen afpersing en diefstal
De rechtbank Zutphen heeft op 18 april 2001 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een veroordeelde die werd veroordeeld voor medeplegen van afpersing en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld. De feiten werden gepleegd met het oogmerk om diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door twee of meer verenigde personen.
Op grond van een voordeelsrapportage van 19 februari 2001, opgesteld door een inspecteur van politie, werd het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend. De rechtbank heeft dit voordeel vastgesteld op een bedrag van 1.100 gulden, mede gelet op de eigen schatting van de veroordeelde en het ontbreken van administratieve onderbouwing voor een hoger bedrag.
De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Bij gebreke van betaling wordt dit vervangen door 22 dagen hechtenis. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, en uitgesproken op een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht 1.100 gulden aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, bij gebreke daarvan 22 dagen hechtenis.