ECLI:NL:RBZUT:2001:AB1136
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Visser
- Van Harreveld
- Vierveijzer
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen afpersing en diefstal
De rechtbank Zutphen heeft op 18 april 2001 een vonnis gewezen in een strafzaak tegen verdachte T, geboren in 1977, die werd veroordeeld voor medeplegen van afpersing en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld. De rechtbank behandelde een vordering van de officier van justitie ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Op basis van een rapport van een politie-inspecteur werd het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op 7.000 gulden. De rechtbank achtte geen reden aanwezig om dit bedrag te verminderen wegens geringe draagkracht van de veroordeelde, mede gelet op de lange verjaringstermijn en de mogelijkheid tot gespreide betaling.
De rechtbank legde aan de veroordeelde de verplichting op om het bedrag van 7.000 gulden aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling wordt dit vervangen door 70 dagen hechtenis. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de rechters De Visser, Van Harreveld en Vierveijzer, en griffier Wiering.
Uitkomst: Veroordeelde moet 7.000 gulden betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, bij niet-betaling 70 dagen hechtenis.