ECLI:NL:RBZUT:2001:AB1203
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Vrieze
- H.R. Borgerhoff Mulder
- E.A.M. van der Kallen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in civiele procedures over faillissementsgeschil
In deze zaak dienden verzoekers een wrakingsverzoek in tegen mr. X en mr. Y, leden van de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, die betrokken waren bij civiele procedures betreffende geschillen rondom faillissementen van de Z-vennootschappen.
Verzoekers stelden dat mr. X en mr. Y mogelijk partijdig waren omdat zij kennis hadden van feiten en omstandigheden uit eerdere procedures en faillissementsdossiers die niet aan verzoekers bekend waren, waardoor zij hun oordeel niet onbevooroordeeld zouden kunnen vormen.
De rechtbank overwoog dat mr. X en mr. Y werden vermoed onpartijdig te zijn en dat verzoekers onvoldoende sterke aanwijzingen hadden geleverd om dit vermoeden te weerleggen. Mr. X had geen oordeelsvorming verricht over de vaststellingsovereenkomsten en getuigenverklaringen uit eerdere procedures, en mr. Y had slechts zijdelings kennis van het faillissementsdossier zonder inhoudelijke betrokkenheid.
De rechtbank concludeerde dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was en wees het wrakingsverzoek af. Het proces werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. X en mr. Y wordt afgewezen wegens onvoldoende objectieve gronden voor partijdigheid.