ECLI:NL:RBZUT:2001:AB2730
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.A.M. van der Kallen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot betaling op grond van derdenbeslag wegens ontbreken ingebrekestelling
In deze civiele procedure vordert eiseres dat gedaagde, onder wie executoriaal derdenbeslag is gelegd, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag dat de schuldenaar aan eiseres verschuldigd is, alsof gedaagde zelf schuldenaar is. De vordering is gebaseerd op artikel 477a Rv, waarbij eiseres ervan uitgaat dat gedaagde na vier weken automatisch in verzuim is.
De rechtbank oordeelt echter dat verzuim niet automatisch intreedt na het verstrijken van de termijn van vier weken zoals bedoeld in artikel 476a Rv, maar dat daarvoor een uitdrukkelijke ingebrekestelling vereist is. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een dergelijke ingebrekestelling heeft gedaan. Het bevel en de aanzegging in het deurwaardersexploot volstaan niet als ingebrekestelling.
Gedaagde heeft wel een gerechtelijke verklaring afgelegd en het beslagvrije deel van het salaris van de schuldenaar ingehouden. Omdat gedaagde niet in verzuim is, wordt de vordering afgewezen en wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ziet geen aanleiding om gedaagde in de kosten te veroordelen.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat geen ingebrekestelling is gedaan en gedaagde niet in verzuim is.