ECLI:NL:RBZUT:2001:AB3076
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering uitkering Ioaw wegens onjuiste wettelijke grondslag en maatregel
De rechtbank Zutphen heeft op 31 juli 2001 uitspraak gedaan over een geschil betreffende de terugvordering van een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw). Verweerder had aan eiser een bedrag van f 2.886,79 teruggevorderd wegens ten onrechte verstrekte uitkering over oktober 1998 en de periode van 10 december 1998 tot en met 31 januari 1999.
De rechtbank oordeelt dat de terugvordering over oktober 1998 berust op een onjuiste wettelijke grondslag. De maatregel die verweerder toepaste, gebaseerd op artikel 5 van Pro het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz, valt niet onder het besluitbegrip van artikel 25, eerste lid, Ioaw. Bovendien voldoet de opgelegde maatregel niet aan de inhoudelijke vereisten van artikel 20 Ioaw Pro. Daarom wordt het besluit voor zover het de terugvordering over oktober 1998 betreft vernietigd en herroepen.
Voor de terugvordering over de periode van 10 december 1998 tot en met 31 januari 1999 geldt dat deze op grond van een besluit als bedoeld in artikel 17, derde lid, Ioaw is genomen en derhalve rechtmatig is. De rechtbank handhaaft dit deel van het besluit en wijst het beroep op onredelijkheid af.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de terugvordering over oktober 1998 wegens onjuiste wettelijke grondslag en handhaaft de terugvordering over december 1998 tot januari 1999.