ECLI:NL:RBZUT:2001:AD5141
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.A.M. van der Kallen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over terugvordering ten onrechte ontvangen WAO-uitkering
In deze civiele procedure vordert de bewindvoerder dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van het geschil tussen partijen kennis te nemen, althans USZO niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering. USZO had een vordering ingediend tot toelating als schuldeiser in een schuldsaneringsregeling wegens een vermeend ten onrechte ontvangen WAO-uitkering door de schuldenaar.
De rechtbank constateert dat de conclusie van eis van USZO geen concrete vordering of grondslag bevatte, maar uit de processtukken en het verweer blijkt dat het geschil ziet op de terugvordering van een ten onrechte ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering. De rechtbank oordeelt dat dit een bestuursrechtelijke kwestie betreft waarvoor een met waarborgen omklede administratieve rechtsgang geldt, waardoor de burgerlijke rechter niet bevoegd is over de grondslag en hoogte van de vordering te oordelen.
De bewindvoerder dient de vordering te erkennen in het faillissement, zonder dat dit afdoet aan het recht om bezwaar te maken bij de administratieve rechter. De rechtbank wijst de incidentele vordering van de bewindvoerder toe, verklaart zich onbevoegd in de hoofdzaak en veroordeelt USZO in de kosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het geschil en wijst de vordering van de bewindvoerder toe tot niet-ontvankelijkverklaring van USZO.