ECLI:NL:RBZUT:2001:AD5142
Rechtbank Zutphen
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen compensatieplicht bij samenloop zwangerschapsverlof en schoolvakantieverlof in onderwijs
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het ontbreken van een compensatieregeling bij samenloop van zwangerschaps- en bevallingsverlof met vakantieverlof in het voortgezet onderwijs in strijd is met het gelijkebehandelingsbeginsel en Europese richtlijnen.
De appellant stelde dat het wegvallen van vakantiedagen door samenloop met zwangerschapsverlof vrouwen discrimineert ten opzichte van mannelijke collega’s en dat compensatie vereist is. De geïntimeerde genoot zwangerschapsverlof dat deels samenviel met schoolvakantieverlof en maakte aanspraak op compensatie van de verloren vakantiedagen.
De rechtbank oordeelde dat de CAO-VO een specifieke vakantieregeling kent die afwijkt van het Burgerlijk Wetboek en dat het onderwijsrecht geen recht op compensatie bij samenloop verleent. De samenloop leidt niet tot verlies van rechten, maar tot het genieten van verlof tijdens schoolvakanties. Dit is geen discriminatie, omdat het geen ongelijk geval betreft en de regeling objectief gerechtvaardigd is.
De rechtbank verwees naar Europese richtlijnen 76/207/EEG en 92/85/EEG en jurisprudentie van het Hof van Justitie, die geen compensatieplicht voorschrijven. De vorderingen van de geïntimeerde werden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter vernietigd.
Uitkomst: Vordering op compensatie van vakantiedagen bij samenloop met zwangerschapsverlof wordt afgewezen.