ECLI:NL:RBZUT:2001:AD6907
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op verschoningsrecht belastingambtenaar in civiele procedure
In deze civiele procedure stond centraal het beroep van een belastingambtenaar op haar verschoningsrecht tijdens een getuigenverhoor. De ambtenaar weigerde inhoudelijk antwoord te geven op vragen met een beroep op haar geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht op grond van artikel 191 lid 2 sub b Rv Pro.
Gedaagden voerden aan dat het algemeen belang van waarheidsvinding zwaarder weegt dan het belang van geheimhouding, terwijl eiseres stelde dat artikel 67 lid 1 AWR Pro geen ruimte biedt voor het beantwoorden van dergelijke vragen, ongeacht toestemming.
De rechtbank oordeelde dat vanwege de verwevenheid van fiscale aspecten en het belang van de geheimhoudingsplicht het verschoningsrecht moet prevaleren. Het belang van waarheidsvinding weegt in dit geval niet zwaarder dan het belang van geheimhouding, ook niet omdat het belang van de betrokkenen niet is verminderd.
De rechtbank verklaarde het beroep op het verschoningsrecht gegrond, compenseerde de proceskosten en verwees de hoofdzaak naar een latere rolzitting voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: Het beroep van de belastingambtenaar op haar verschoningsrecht wordt gegrond verklaard en de vragen behoeven niet te worden beantwoord.