ECLI:NL:RBZUT:2002:AD9388
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens tekortschieten advocaat en ontbreken schadeaantoon
Eiser vorderde vergoeding van schade die hij zou hebben geleden door fouten van zijn voormalige advocaat en diens opvolger, beiden verbonden aan hetzelfde advocatenkantoor. De procedure betrof een civiele zaak waarin eiser betrokken was bij een schuldsaneringsregeling en een vonnis waarbij hij tot betaling werd veroordeeld. Eiser stelde dat de advocaten nalieten tijdig hoger beroep in te stellen en bepaalde vorderingen niet in de procedure betrokken, waardoor hij schade leed.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende concreet had gemaakt welke schade hij door deze beroepsfouten had geleden. Ook bleek dat eiser niet had geprobeerd zijn vorderingen op de nalatenschap van de overleden wederpartij te verhalen. De rechtbank oordeelde dat de advocaten niet aansprakelijk konden worden gesteld voor fouten van de deurwaarder en dat het advocatenkantoor niet aansprakelijk was omdat er geen contractuele relatie met eiser was.
Verder werd overwogen dat het niet tijdig instellen van hoger beroep niet noodzakelijkerwijs tot schade had geleid, mede omdat de financiële positie van de wederpartij zeer penibel was en de kans op incasso gering. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende schadeaantoon en ontbreken contractuele relatie; eiser veroordeeld in proceskosten.