ECLI:NL:RBZUT:2002:AD9690

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
27 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
153786 / HA 02-74
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.A. Huidekoper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst na fusie met vergoeding toegekend

De werknemer trad in 1979 in dienst bij de KNF en bekleedde diverse functies, laatstelijk manager beleidsontwikkeling en projecten. Na fusie van de KNF met andere organisaties tot KNHS bood de werkgever hem een functie als manager wedstrijdsport aan, die hij afwees omdat het salaris 30% lager was dan zijn oude salaris.

De kantonrechter oordeelde dat het verschil in salaris deels verklaard kon worden door taken bij een andere organisatie (ORUN) en dat het verschil in functieomvang en salarisschaal niet zo groot was als door de werknemer gesteld. Hoewel de werknemer de aangeboden functie redelijkerwijs had kunnen accepteren, was de arbeidsrelatie dusdanig verstoord dat ontbinding billijk was.

De kantonrechter kende een vergoeding toe van €75.000, waarbij factor C op ongeveer 0,5 werd gesteld. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten. De werknemer had geen recht op opname in de directie en de procedurefouten bij de plaatsingscommissie speelden geen rol bij de vergoeding.

Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden met vergoeding van €75.000 toegekend aan werknemer.

Uitspraak

RECHTBANK TE ZUTPHEN
Sector : Kanton
Locatie : Harderwijk
Zaaknummer : 153786 / HA 02-74
Beschikking : 27 februari 2002
Grosse aan : mr. A. Schaberg
Afschrift aan : mr. P.J.G. van Osta
Verzonden dd.:
BESCHIKKING IN DE ZAAK VAN:
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
KONINKLIJKE NEDERLANDSE HIPPISCHE SPORTFEDERATIE
gevestigd te Ermelo,
verzoekster,
gemachtigde: mr. P.J.G. van Osta, medewerker van ARAG-Nederland Algemene Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij NV. te Leusden,
t e g e n
[verweerder]
wonende te [woonplaats]
verweerder,
gemachtigde: mr. A.B. Schaberg, advocaat te Rotterdam
Procesgang
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 30 januari 2002 ingekomen verzoekschrift;
- het op 15 februari 2002 ingekomen verweerschrift;
- de mondelinge behandeling ter terechtzitting d.d. 20 februari 2002.
De feiten
[verweerder] is in 1979 in dienst getreden bij de Koninklijke Nederlandse Federatie van Landelijke Rijverenigingen (KNF). In 1998 werd hij benoemd tot adjunct-directeur. Per 1 januari 2001 werd hij manager beleidsontwikkeling en projecten. Sedert 1992 vervulde hij tevens de functie van directeur/secretaris van de Stichting opleiding ruiterunie Nederland (ORUN). Laatstelijk bedroeg het salaris van [verweerder] € 5.811,66 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag. In 2001 is de KNF met 16 andere organisaties juridisch gefuseerd tot de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS).
Ter voorbereiding van de fusie is een organisatieplan opgesteld en hebben de werknemers hun belangstelling voor een functie in de nieuwe organisatie kenbaar mogen maken. [verweerder] heeft opgegeven dat hij de functie van directeur externe zaken ambieerde.
Deze functie is aan een ander vergeven. Aan [verweerder] is volgens de bij het fusieproces voorziene procedure de functie van manager wedstrijdsport aangeboden.
Hoewel de bij deze functie behorende salarisschaal niet zover reikte, is hem behoud van zijn huidige salaris toegezegd. [verweerder] heeft het aanbod niet aanvaard. Hij wenste in de directie te worden opgenomen. Dat heeft de KNHS geweigerd. [verweerder] is in beroep gegaan bij de Commissie sociale begeleiding die de beslissing van de KNHS heeft gesavoueerd. Op het moment dat de nieuwe organisatie van de KNHS in werking trad, 1 januari 2002, is [verweerder] op non actief gesteld.
Het verzoek
De KNHS verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder vergoeding, aangezien het toepasselijke sociaal statuut slechts een afvloeiingsregeling toekent, indien deze een aanbod voor een passende functie op redelijke gronden niet aanvaardt.
[verweerder] heeft het verzoek bestreden en meent dat primair geen ontbinding moet volgen en subsidiair een vergoeding volgens de kantonrechtersformule met toepassing van factor C=1,75.
De beoordeling van het verzoek
1. Ter zitting is gebleken dat de verhouding tussen partijen inmiddels dermate is verstoord dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op zeer korte termijn moet worden ontbonden.
2. [verweerder] heeft gesteld dat de hem aangeboden functie van manager wedstrijdsport niet van passend niveau was. Het aan deze functie verbonden salaris is 30% lager dan wat hij laatstelijk bij de KNF verdiende.
Een dergelijk salarisniveau doet inderdaad vermoeden dat een te groot verschil aanwezig is tussen de beklede en de aangeboden functie, maar de KNHS heeft er onbetwist op gewezen dat het aan de door [verweerder] laatstelijk bij de KNF beklede functie salarisschaal 10 was verbonden, terwijl aan de aangeboden functie schaal 12 was verbonden. Weliswaar verdiende [verweerder] bij de KNF aanmerkelijk meer dan het schaalsalaris, maar dat had te maken met taken die [verweerder] er in de loop van de tijd bij was gaan verrichten, zoals het directeur/secretarisschap van de ORUN.
3. De kantonrechter is van oordeel dat de vergelijking van de schaalsalarissen niet geheel opgaat. De feitelijke toestand -waarin [verweerder] een functie bekleedde die was "aangegroeid" met elemen-ten die een (aanzienlijk) hogere beloning rechtvaardigde dan de schaal waarin hij was benoemd- kan slechts tot de conclusie leiden dat die schaal niet meer passend was. Voor zover echter in [verweerder]s beloning een element zat ter vergoeding van de werkzaamheden die hij voor een andere rechtspersoon verrichtte (ORUN) en die beloning via de KNF werd uitbetaald, behoeft dat beloningselement niet mee te wegen in de vergelijking van de functie bij de KNF en de aangebo-den functie bij de KNHS.
KNHS heeft onbestreden gesteld dat ORUN in 2001 voor de diensten van [verweerder] aan KNF
fl. 21.813,00 heeft betaald.
Partijen hebben zich niet nader cijfermatig uitgelaten over de salarisverhouding van de oude en de
nieuwe baan, maar uitgaande van deze summiere gegevens, berekent de kantonrechter dat het
aandeel van ORUN in de beloning van [verweerder] bij de KNF ongeveer 13% bedroeg. Indien het
verschil in salaris tussen de oude en nieuwe baan volgens [verweerder] ongeveer 30% bedraagt,
moet voor een zuivere vergelijking van de baan bij de KNF en de nieuwe baan van dat percentage
dus 13%punt worden afgetrokken, zodat het in dezen relevante verschil ongeveer 17% bedraagt.
Een andere bruikbare indicator voor het gewicht van de beide functies zou kunnen zijn het aantal
fte waaraan leiding werd/zal worden gegeven. Op dit punt spreken partijen elkaar echter tegen.
Volgens [verweerder] gaf hij dagelijks leiding aan ongeveer 20 full time medewerkers, maar volgens
de KNHS was er in zijn functie bij de KNF in de laatste periode voor 1 januari 2002 geen sprake
van leidinggevende activiteiten.
4. Er spelen nog andere factoren mee bij de beoordeling van de vraag of [verweerder] redelijkerwijs het gedane aanbod kon weigeren.
In de eerste plaats was dat het gegeven dat in de nieuwe organisatie van de KNHS een tweehoof-dige directie was voorzien en dat de directiepost, waarop [verweerder] het had voorzien, door een ander werd bezet. [verweerder] heeft niet gesteld dat de KNHS door deze andere kandidaat te kiezen jegens hem onredelijk is geweest. Noch heeft hij gesteld dat hij voor de andere directiezetel meer geschikt zou zijn dan de gekozen kandidaat. [verweerder] had dus weinig keus. Weliswaar heeft hij aangevoerd dat een taakelement dat hij vóór de fusie bij de KNF had vervuld (automatisering) niet in het functiegebouw van de KNHS voorkwam en dat hij erop heeft aangedrongen om de hem aangeboden functie met dat element uit te breiden, maar hij heeft niet weersproken de ter zitting gedane mededeling dat dat taakelement behoorde bij de functie het hoofd facilitaire dienst. De KNHS wenst een dergelijk overkoepelende taak namelijk niet op te dragen aan het hoofd van één van de drie primaire sectoren van haar organisatie. De kantonrechter kan de onredelijkheid van dit standpunt niet inzien.
Een tweede factor is dat [verweerder] - zoals de KNHS het heeft uitgedrukt -in plaats van tweede man in een kleine organisatie, derde man in een veel grotere organisatie kon worden.
De derde en niet de minste factor is dat [verweerder] het belangrijkste deel van zijn werkzame leven
heeft doorgebracht bij de KNF - in de paardenwereld.
Nu het overgrote deel der organisaties in de paardenwereld is samengegaan in de KNHS, zijn er
daarbuiten in de paardenwereld -zoals zijn raadsvrouw heeft benadrukt- niet of nauwelijks banen
te vinden op het niveau waarop [verweerder] wenst te opereren.
Tenslotte heeft de KNHS de nieuwe functie gedurende de periode van 3 september tot 20
december 2001 voor [verweerder] beschikbaar gehouden. Voor een werknemer van het niveau van
[verweerder] is dat een voldoend lange periode om een afgewogen beslissing te nemen.
5. [verweerder] heeft erop gewezen dat aan de procedure die door de plaatsingscommissie en de beroepsinstantie, de Commissie Sociale Begeleiding, is gevolgd schoonheidsfouten kleven. De KNHS heeft dat ook niet bestreden.
Toch kan dat bij de beoordeling van de vraag of, en zo ja, hoeveel vergoeding de KNHS aan [verweerder] moet betalen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, geen rol spelen. Immers, geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken, op grond waarvan (mede in het licht van het bovenstaande) gezegd kan worden dat de KHNS in redelijkheid niet tot het aanbieden van de functie van manager wedstrijdsport had kunnen overgaan.
6. Alles overziend is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] bij de ontbinding van de arbeids-overeenkomst wel -zeker gezien de lange duur van zijn contract- een vergoeding toekomt, maar dat [verweerder] ten onrechte een redelijk aanbod heeft afgewezen. De vergoeding wordt daarom bepaald op € 75.000,-. (factor C is ongeveer 0,5).
In het bovenstaande ligt besloten dat de KNHS wordt veroordeeld in de proceskosten.
Beschikking
KNHS wordt in de gelegenheid gesteld voor 12 maart 2002 het verzoek in te trekken.
En, voor het geval het verzoek niet wordt ingetrokken:
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 15 maart 2002.
Aan [verweerder] wordt ten laste van KNHS een vergoeding toegekend ter groote van € 75.000,00 (vijfenzeventig duizend euro) bruto.
En, in alle gevallen:
KNHS wordt veroordeelt in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [verweerder] begroot op € 360,00 voor salaris gemachtigde.
Aldus gegeven door mr. P.A. Huidekoper, kantonrechter te Harderwijk en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 27 februari 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.
PAH/bva