ECLI:NL:RBZUT:2002:AE0128
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van precontractuele onderhandelingen en vertegenwoordiging gemeente bij grondtransactie
In deze zaak vordert [A] B.V. dat de gemeente gebonden is aan een overeenkomst over de aankoop en bebouwing van grond. De rechtbank neemt het eerdere vonnis over en beoordeelt of de gemeente door haar organen rechtsgeldige besluiten heeft genomen en of er sprake is van een overeenkomst of gerechtvaardigd vertrouwen daarop.
De rechtbank stelt vast dat de bevoegdheid tot het aangaan van dergelijke transacties bij het College van B&W ligt en niet bij de burgemeester persoonlijk. Het beroep van [A] B.V. op delegatie van bevoegdheden aan de burgemeester faalt, evenals het beroep op artikel 171 Gemeentewet Pro. Er is geen sprake van wilsovereenstemming, ook niet op basis van de door [A] B.V. aangevoerde onderhandelingen en correspondentie.
Voorts oordeelt de rechtbank dat het afbreken van onderhandelingen door de gemeente niet onaanvaardbaar is, aangezien een onderhandelingspartner zich vrij kan terugtrekken zolang geen overeenstemming is bereikt op alle wezenlijke punten. Er is geen sprake van gewekte schijn door het College van B&W die de gemeente zou binden, noch van andere omstandigheden die een gerechtvaardigd vertrouwen rechtvaardigen.
De rechtbank laat [A] B.V. toe bewijs te leveren van haar stellingen omtrent de onderhandelingen, maar wijst het beroep op een reeds tot stand gekomen overeenkomst af. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en beslissing.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat er geen bindende overeenkomst is en staat bewijslevering toe over de onderhandelingen; verdere beslissing wordt aangehouden.