ECLI:NL:RBZUT:2002:AE0131
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs overhandiging algemene voorwaarden bij aannemingsovereenkomst
Op 15 oktober 1999 werd een aannemingsovereenkomst gesloten tussen [A] Bouwcombinatie en verweerder. Tijdens de ondertekening waren enkele getuigen aanwezig, waaronder de projectleider en de statutair directeur van [A] Bouwcombinatie, alsmede verweerder en een buurman. Er ontstond discussie over de vraag of de AVA-voorwaarden bij de overeenkomst waren overhandigd en besproken.
Getuigen van de bouwcombinatie verklaarden dat het gebruikelijk was de AVA-voorwaarden mee te geven en mondeling toe te lichten, hoewel deze niet werden geparafeerd of ondertekend. Verweerder en andere getuigen verklaarden echter dat zij de AVA niet hadden ontvangen, niet hadden gezien en dat er ook niet over was gesproken tijdens de ondertekening. De stukken die verweerder meenam bevatten geen bijlagen of algemene voorwaarden.
De rechtbank weegt de verklaringen en concludeert dat [A] Bouwcombinatie niet heeft bewezen dat de AVA daadwerkelijk aan verweerder zijn overhandigd. Hierdoor is niet vastgesteld dat partijen de arbitrageclausule uit de AVA zijn overeengekomen. De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het incident tot bewijslevering af. [A] Bouwcombinatie wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de AVA niet aan verweerder zijn overhandigd en verklaart zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen.