ECLI:NL:RBZUT:2002:AE1305
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verwijderingsbevel handelsreclames in beschermd stadsgezicht
Verzoekster, C&A Nederland c.v., werd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen aangeschreven om handelsreclames, bestaande uit lichtbakken en ruitbeplakkingen, te verwijderen onder dreiging van een dwangsom. Verzoekster stelde bezwaar in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank toetste of het besluit terecht was genomen op grond van overtreding van artikel 7 van Pro de Verordening op het Stads- en Landschapsschoon 1998, dat het gebruik van onroerende zaken voor zichtbare handelsreclames zonder vergunning verbiedt. De rechter liet in het midden of de lichtbakken als zelfstandige bouwwerken in de zin van de Woningwet moeten worden aangemerkt, maar oordeelde dat het bevestigen van de lichtbakken als bouwen kan worden beschouwd.
De rechtbank vond dat de gemeente ten onrechte overtreding van artikel 7 van Pro de verordening aan het besluit ten grondslag had gelegd voor zover het de lichtbakken betrof, mede gelet op artikel 23 van Pro de verordening en de Woningwet. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst.