ECLI:NL:RBZUT:2002:AE1700
Rechtbank Zutphen
- Hoger beroep
- M.F.J.N. van Osch
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- E.J. Davids
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kennelijk onredelijk ontslag wegens arbeidsongeschiktheid en schadevergoeding
In deze zaak staat centraal of het ontslag van werknemer [B] door werkgever [A] kennelijk onredelijk was. [B] was langdurig arbeidsongeschikt en hervatte op arbeidstherapeutische basis werkzaamheden toen hij ongevallen kreeg die leidden tot blijvende beperkingen.
De rechtbank overweegt dat arbeidsongeschiktheid van twee jaar zonder uitzicht op herstel een redelijke grond voor ontslag kan zijn, maar dat het ontslag toch kennelijk onredelijk kan zijn als de nadelige gevolgen voor de werknemer te zwaar wegen. Hierbij zijn factoren als leeftijd, dienstverband, kansen op de arbeidsmarkt, re-integratie-inspanningen en financiële compensatie relevant.
In dit geval was [B] 56 jaar, 38 jaar in dienst, en had beperkte kansen op de arbeidsmarkt. [A] had re-integratie-inspanningen geleverd en een financiële aanvulling op de WAO-uitkering verstrekt. Desondanks oordeelt de rechtbank dat de gevolgen van het ontslag te ernstig zijn en kent zij een billijke schadevergoeding toe, vastgesteld volgens de kantonrechtersformule met een correctiefactor van 0,25.
De rechtbank vernietigt het eerdere vonnis voor zover het de hoogte van de schadevergoeding betreft en veroordeelt [A] tot betaling van €21.563,64 aan [B]. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van €21.563,64 schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.