ECLI:NL:RBZUT:2002:AE2500
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Wehkamp wegens onvoldoende bewijs koopovereenkomst
Wehkamp vorderde betaling van €918,10 van gedaagde wegens vermeende verkoop en levering van goederen in de periode april-mei 2001. Gedaagde betwistte de vordering en stelde nooit goederen besteld te hebben, vermoedelijk was de ex-partner verantwoordelijk.
Wehkamp kon geen bewijs overleggen dat gedaagde daadwerkelijk de koper was, ondanks dat haar naam in de administratie stond. De kantonrechter oordeelde dat dit onvoldoende was om het verweer te weerleggen, temeer daar de bewijslast bij Wehkamp lag.
Daarnaast heeft Wehkamp niet voldaan aan de substantiërings- en bewijsaandraagplicht zoals voorgeschreven in het procesrecht vanaf 1 januari 2002. Het ontbreken van bewijs en onvoldoende adstructie leidde tot afwijzing van de vordering en veroordeling van Wehkamp in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Wehkamp wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en niet-naleving van procesrechtelijke verplichtingen.