ECLI:NL:RBZUT:2002:AE2540
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verklaring omtrent disciplinaire straf seksuele intimidatie afgewezen
Eiser is sinds 1978 werkzaam bij de politie en docent/trainer bij het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (LSOP). Na zijn kandidatuur voor de Tweede Kamer op de Lijst Pim Fortuyn werd hij op 26 maart 2002 buiten functie gesteld wegens vermeende strafbare feiten. Het LSOP verspreidde een persbericht over deze buitenfunctiestelling en er verscheen een artikel in de Volkskrant waarin werd gesteld dat eiser eerder was gestraft voor seksuele intimidatie.
Eiser vorderde in kort geding dat het LSOP een officiële verklaring zou afgeven waarin werd bevestigd dat tegen hem nooit een officiële klacht of disciplinaire straf wegens seksuele intimidatie was ingediend. Tevens vroeg hij publicatie van deze verklaring in diverse dagbladen en vergoeding van advocaatkosten. Het LSOP verweerde zich met het standpunt dat zij geen mededelingen aan de pers doet en dat de gevraagde verklaring niet verplicht was, maar gaf uiteindelijk wel een schriftelijke verklaring af.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het LSOP op grond van goed werkgeverschap de verklaring had moeten afgeven en veroordeelde het LSOP tot toezending van de verklaring aan het ANP binnen 24 uur, onder dwangsom. De gevorderde publicatie in kranten en vergoeding van advocaatkosten werden afgewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het LSOP wordt veroordeeld tot toezending van een verklaring aan het ANP, publicatie in kranten en kostenvergoeding worden afgewezen.