ECLI:NL:RBZUT:2002:AE3859
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. van Duyvendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstandskosten mede van partner wegens onjuiste toepassing wet
De rechtbank Zutphen behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk om bijstandskosten mede van hem terug te vorderen. Het betrof een beschikking waarbij de bijstandsuitkering van mevrouw betrokkene was ingetrokken en de kosten van bijstand over de periode van 1 september 1998 tot 1 maart 2000 werden teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde dat het intrekkingsbesluit van mevrouw betrokkene rechtens vaststond, maar dat eiser niet als belanghebbende kon worden aangemerkt ten aanzien van dat besluit. Wel werd het bestreden besluit tot terugvordering mede van eiser beoordeeld. De rechtbank stelde vast dat voor de periode tot 31 december 1998 artikel 84, tweede lid, van de Abw geen grond bood voor terugvordering mede van de partner, omdat toen bijstand was verleend volgens de norm voor een alleenstaande ouder.
Voor de periode vanaf 31 december 1998 was terugvordering mede van eiser wel mogelijk. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding vanaf 1 september 1998, gelet op de feiten en omstandigheden, waaronder het ontbreken van bewijs voor een zakelijke huurrelatie en verklaringen van betrokkenen.
De subsidiaire stelling van eiser over zijn inkomsten werd niet in behandeling genomen wegens het niet aanleveren van tijdige financiële gegevens. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bijstandskosten mede van eiser wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.