ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4060
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor niet genoten vakantiedagen en overwerk na vernietiging ontslagbesluit
Eiser werd op 9 februari 1996 ontslagen, maar dit ontslagbesluit werd op 16 december 1999 door de Centrale Raad van Beroep vernietigd. Gedurende de periode van ontslag werkte eiser als taxichauffeur. Eiser vorderde een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen en structureel overwerk over de periode van 9 februari 1996 tot 1 maart 2000.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep de rechtsgevolgen van een vernietigd ontslagbesluit zoveel mogelijk ongedaan moeten worden gemaakt, wat inhoudt dat de ambtenaar recht heeft op volle bezoldiging minus de inkomsten uit arbeid na het ontslag. Echter, een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen behoort niet tot de bezoldiging volgens het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) en het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren (BBRA) 1984.
Verder oordeelt de rechtbank dat het niet kunnen opnemen van vakantiedagen en het niet verrichten van overwerk feitelijke gevolgen zijn van het ontslag en geen rechtsgevolgen die gecompenseerd moeten worden. Ook een vergoeding voor overwerk behoort niet tot de bezoldiging en kan alleen worden toegekend indien overwerk daadwerkelijk is verricht in opdracht van het bevoegde gezag. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.