ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4141
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming uitgeprocedeerde asielzoeker uit gemeentelijke woning na intrekking opvang
De gemeente Voorst vorderde in kort geding de ontruiming van een woning die zij aan een uitgeprocedeerde asielzoeker had verstrekt in het kader van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA). De asielzoeker had meerdere keren een verblijfsvergunning aangevraagd, maar deze waren afgewezen en hij was rechtmatig verwijderbaar verklaard. De gemeente trok de verstrekkingen op grond van de ROA per 1 augustus 2001 in, waarna de asielzoeker bezwaar en beroep instelde, maar deze werden ongegrond verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bruikleenovereenkomst voor de woning automatisch eindigde op het moment dat de asielzoeker rechtmatig verwijderbaar werd. De stelling van de asielzoeker dat hij niet zonder recht of titel in de woning verbleef werd verworpen. Ook het argument dat terugkeer naar het herkomstland niet mogelijk zou zijn, werd afgewezen op basis van een circulaire die stelde dat er veilige vestigingsalternatieven en mogelijkheden tot legale uitreis zijn.
De gemeente toonde aan dat er een spoedeisend belang was bij ontruiming, mede vanwege het ontoereikende woningaanbod en het risico op het niet vergoeden van kosten door het Ministerie. De voorzieningenrechter stelde een ontruimingstermijn van zeven dagen vast en veroordeelde de asielzoeker in de kosten van het geding.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de uitgeprocedeerde asielzoeker om binnen zeven dagen de gemeentelijke woning te ontruimen.