ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4142
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning uitgeprocedeerde asielzoeker na intrekking voorlopige verblijfsvergunning
De gemeente Harderwijk vordert in kort geding dat de uitgeprocedeerde asielzoeker, die een voorlopige vergunning tot verblijf (vvtv) had en waarvan deze vergunning is ingetrokken, zijn woning ontruimt. De asielzoeker is sinds 1997 in Nederland en heeft na intrekking van zijn vvtv voorzieningen ontvangen op grond van de Zorgwet VVTV, welke per 1 april 2001 is ingetrokken.
De gemeente stelt dat de verstrekkingen aan de asielzoeker op grond van de Zorgwet VVTV zijn geëindigd op 29 april 2001 en dat de asielzoeker geen aanspraak meer heeft op opvang. De asielzoeker betoogt dat hij onder het Stappenplan 1999 valt en aanspraak maakt op opvangvoorzieningen, en dat feitelijke terugkeer naar zijn land van herkomst niet mogelijk is. Deze verweren worden verworpen omdat de opvang door de gemeente is verleend en niet onder de Rva 1997 valt, en het ministeriële besluit stelt dat terugkeer naar Noord-[A] mogelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente Harderwijk een spoedeisend belang heeft bij ontruiming van de woning, mede vanwege het beperkte woningaanbod en het risico dat het Ministerie geen vergoeding zal geven zolang de asielzoeker onterecht gebruik maakt van de voorzieningen. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met veroordeling van de asielzoeker in de proceskosten.
Uitkomst: De asielzoeker wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen zeven dagen na betekening, met machtiging tot ontruiming door deurwaarder en politie.