ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4147
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming asielzoekerswoning na intrekking voorwaardelijke verblijfsvergunning
De gemeente Voorst vordert in kort geding dat [gedaagde], een asielzoekster uit Noord-[A], de woning aan een adres in Voorst binnen zeven dagen ontruimt, nadat haar voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) is ingetrokken. De gemeente baseert zich op de Zorgwet VVTV, die bepaalt dat de zorg en huisvesting voor houders van een vvtv vervallen vier weken na intrekking van die vergunning.
[gedaagde] betwist de vordering en voert aan dat de bruikleenovereenkomst stilzwijgend is voortgezet en derhalve voor onbepaalde tijd geldt, dat haar meerderjarige dochter zelfstandig recht op de woning heeft, en dat zij wegens humanitaire redenen niet kan terugkeren naar Noord-[A]. Tevens stelt zij dat de gemeente geen spoedeisend belang heeft bij ontruiming vanwege leegstaande woningen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bruikleenovereenkomst eindigt met het vervallen van de vvtv en dat de gemeente de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. Het beroep op het zelfstandig verblijfsrecht van de dochter faalt omdat het recht op gebruik van de woning aan [gedaagde] als hoofdbewoonster is verbonden. Het humanitaire beroep wordt verworpen omdat de situatie reeds in de asielprocedure is beoordeeld en niet als schrijnend is aangemerkt. Het spoedeisend belang van de gemeente wordt erkend vanwege de noodzaak huisvesting te bieden aan statushouders en de financiële risico's.
De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] tot ontruiming binnen zeven dagen, met machtiging voor de gemeente om het vonnis met politiehulp uit te voeren indien nodig. Tevens wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter veroordeelt de asielzoekster tot ontruiming van de woning binnen zeven dagen met machtiging tot gedwongen ontruiming.