ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4415
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- J.M.H. van Staveren
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig executoriaal beslag wegens geldlening met achterstelling
Op 5 september 1997 verkocht [gedaagde] haar aandelen in [A] BV aan [eiseres] voor een koopsom van 3,5 miljoen gulden, waarvan 500.000 gulden werd geleend aan [eiseres] met een achterstellingsovereenkomst ten gunste van de ABN Amro bank. De bank financierde 3 miljoen gulden onder de voorwaarde dat de lening van 500.000 gulden achtergesteld zou zijn.
In 2002 stelde [gedaagde] [eiseres] in gebreke en legde zij executoriaal beslag wegens niet-betaalde termijnen. [Eiseres] vorderde opheffing van het beslag omdat de lening nog steeds achtergesteld was en niet opeisbaar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de achterstelling nog steeds van kracht was, omdat de lening bij de bank nog niet was afgelost en de achterstelling niet verviel na vijf jaar. Het beslag werd daarom onrechtmatig geacht en opgeheven, met een dwangsom voor het geval van niet-naleving. Tevens werd gedaagde verboden opnieuw beslag te leggen zolang de achterstelling voortduurt.
Uitkomst: Het executoriaal beslag wordt opgeheven en gedaagde wordt verboden opnieuw beslag te leggen zolang de achterstelling voortduurt.