ECLI:NL:RBZUT:2002:AE4429
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting pensioenindexering en nabetalingen na echtscheiding
In deze zaak staat de uitleg van een pensioenovereenkomst tussen ex-echtgenoten centraal, waarbij het geschil gaat over de wijze van indexering van het pensioen dat aan de ex-partner wordt uitgekeerd.
De rechtbank stelt vast dat de gebruikte term 'gebruikelijke index' in de overeenkomst betekent dat het aandeel van de ex-partner in het pensioen gelijk moet blijven ten opzichte van het totale pensioen. Een onverkorte toepassing van het halfjaarlijkse indexeringspercentage leidt tot verschillen in de verhouding tussen de pensioenbedragen van partijen, wat niet de bedoeling kan zijn.
De rechtbank volgt de deskundige die toelicht dat de pensioenstijgingen een combinatie zijn van loonstijgingen, aanpassing van grondslagen en franchise, en dat nabetalingen onderdeel zijn van deze jaarlijkse verhogingen. Daarom moet het aandeel van de ex-partner worden berekend als een vast percentage (28,689%) van het totale brutopensioen inclusief nabetalingen.
De vorderingen van eiser worden afgewezen omdat deze geen rekening houden met de nabetalingen en omdat partijen eerst gezamenlijk het aandeel moeten berekenen volgens de vastgestelde methode. De proceskosten worden gecompenseerd en ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en compenseert de proceskosten tussen partijen.