ECLI:NL:RBZUT:2002:AE5124
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreiging geestelijke belangen door moeizame omgang vader
De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de rechtbank om een minderjarige onder toezicht te stellen van de gezinsvoogdij-instelling Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland. De aanleiding is de moeizame omgang tussen de minderjarige en zijn vader, die veel onrust veroorzaakt en de geestelijke belangen van de minderjarige bedreigt. Ondanks dat contact met de vader in het belang van de minderjarige is, is gestructureerde omgang onder begeleiding noodzakelijk gebleken vanwege de kwetsbaarheid van de moeder en de voorgeschiedenis van de ouders.
De moeder verzet zich tegen de ondertoezichtstelling en betwist dat de geestelijke belangen van de minderjarige ernstig worden bedreigd. Zij wijst op haar eigen ervaringen met mishandeling door de vader en haar angst voor hem, die zij als terecht beschouwt. De moeder erkent het belang van omgang, maar maakt zich zorgen over de condities waaronder deze plaatsvindt.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van de minderjarige ernstig worden bedreigd en dat andere middelen naar verwachting zullen falen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar toegewezen. De gezinsvoogd zal de belangen van de minderjarige onafhankelijk bewaken en de moeder ondersteunen. De ouders en de minderjarige moeten de aanwijzingen van de gezinsvoogd opvolgen.
Uitkomst: De minderjarige wordt voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de gezinsvoogd vanwege ernstige bedreiging van zijn geestelijke belangen.