ECLI:NL:RBZUT:2002:AE7155

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
29 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
164646 HA 168-02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.A.M. Smulders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 lid 3 BWArt. 1:14 BWArt. 262 RvArt. 270 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter bij ontbinding arbeidsovereenkomst Nuon en werknemer

Nuon verzocht de kantonrechter te Zutphen om de arbeidsovereenkomst met haar werknemer te ontbinden. De werknemer stelde primair dat de kantonrechter te Zutphen relatief niet bevoegd was om het geschil te behandelen. De kantonrechter oordeelde dat de kantonrechter te Zutphen inderdaad niet bevoegd was, omdat de arbeidsovereenkomst werd uitgevoerd vanuit de woonplaats van de werknemer en niet vanuit Zutphen.

Nuon voerde aan dat haar HR-afdeling in Zutphen als nevenvestiging of filiaal kon worden aangemerkt, waardoor Zutphen als woonplaats zou gelden. Dit werd echter verworpen omdat deze HR-afdeling niet de competentie had om de aangelegenheid te behandelen, zodat de bevoegdheid niet aan Zutphen toekwam.

De kantonrechter verwees de zaak conform artikel 270 Rv Pro door naar de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam, waar Nuon statutair gevestigd is en waar de werknemer gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht. Hiermee werd het verzoek van Nuon niet inhoudelijk behandeld door de kantonrechter te Zutphen.

Uitkomst: De kantonrechter te Zutphen verklaart zich relatief niet bevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Amsterdam.

Uitspraak

Rechtbank Zutphen, Sector kanton, locatie Zutphen
Zaaknummer: 164646 HA 168-02
Beschikking d.d.: 29 augustus 2002
Afschrift aan:
Verzonden d.d.:
Beschikking in de zaak van:
verzoekster:
de naamloze vennootschap N.V. Nuon,
gevestigd te [Amsterdam] en medekantoorhoudende te Zutphen,
gemachtigde: mr. R.A.C.G. Martens, advocaat te Haarlem,
tegen
verweerder:
de heer [verweerder],
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr. S.F. Yap, advocaat te [woonplaats],
Partijen worden hierna mede aangeduid als Nuon respectievelijk [verweerder].
1. Procesverloop:
Dit blijkt uit:
- een verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie op 17 juli 2002;
- een verweerschrift met producties;
- de faxbrief aan zijde Nuon d.d. 26 augustus 2002.
2. Motivering
2.1 Bij verzoekschrift heeft Nuon verzocht dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verweerder] zal ontbinden op de in het verzoekschrift geformuleerde gronden.
2.2 Bij verweerschrift heeft [verweerder] zich primair op het standpunt gesteld dat het verzoek niet-ontvankelijk is nu de kantonrechter te Zutphen niet bevoegd is.
2.3 Van niet-ontvankelijkheid is de kantonrechter niet gebleken. De kantonrechter verstaat het primaire verweer aldus dat [verweerder] zich op het standpunt stelt dat de kantonrechter relatief niet bevoegd is het onderhavige geschil te behandelen. Daaromtrent wordt het volgende overwogen.
2.4 Ingevolge de artikelen 7:685 lid 3 BW jo. 262 Rv is relatief bevoegd (kort gezegd) de kantonrechter van de woonplaats van verzoeker, dan wel van gedaagde, dan wel van de plaats waar de werkzaamheden gewoonlijk worden verricht.
2.5 Tussen partijen is blijkens het verzoekschrift en het verweerschrift niet in geschil:
- dat de arbeidsovereenkomst bestaat tussen Nuon en [verweerder];
- dat Nuon statutair is gevestigd te [Amsterdam];
- dat [verweerder] woonachtig is in [woonplaats]
- dat [verweerder] zijn werkzaamheden als meteropnemer gewoonlijk in en vanuit [woonplaats] verricht.
Bijgevolg moet worden geconcludeerd dat niet de kantonrechter te Zutphen, maar die te [Amsterdam] bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
2.6 Weliswaar heeft Nuon in het verzoekschrift, alsmede in een naar aanleiding van het verweerschrift verzonden brief, nog betoogd dat zij een nevenvestiging/filiaal in Zutphen heeft, namelijk haar HR-afdeling Nuon Monitoring, zodat zij ingevolge artikel 1:14 BW Pro aldaar mede woonplaats zou hebben, maar deze redenering kan niet worden gevolgd. Zelfs als wordt aangenomen dat deze HR-afdeling een kantoor of filiaal is in de zin van artikel 1:14 BW Pro, ziet Nuon ten onrechte over het hoofd dat alsdan van een (competentiescheppende) woonplaats slechts sprake is voorzover het gaat om "aangelegenheden die dit kantoor of filiaal betreffen". Dat het - naar Nuon stelt - zou gaan om "een aangelegenheid die met name de afdeling HR betreft" is in het licht van het vorenoverwogene en mede gelet op het belang van een laagdrempelige toegang tot de rechter onvoldoende te kunnen concluderen tot toepasselijkheid van laatstgenoemde bepaling.
2.7 Er zijn termen de zaak conform art. 270 Rv Pro te verwijzen als volgt.
3. Beslissing
De kantonrechter, beschikkende;
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de Rechtbank [Amsterdam], Sector Kanton, Locatie Amsterdam;
Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 augustus 2002 door kantonrechter mr. J.A.M. Smulders, in tegenwoordigheid van de griffier.