ECLI:NL:RBZUT:2002:AE7282
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig medisch handelen bij meningitisdiagnose
In deze civiele zaak vorderen de ouders van een peuter schadevergoeding van de huisarts die hun dochter op 6 februari 1999 onderzocht vanwege koorts en huidvlekken. De ouders stellen dat de huisarts onvoldoende zorg heeft betracht, waardoor de diagnose meningococcenmeningitis vertraagd werd en hun dochter blijvende gehoorschade opliep.
De rechtbank heeft uitgebreid deskundigenonderzoek laten verrichten naar het medisch handelen van de huisarts, de diagnose en het vervolgbeleid. De deskundigen concluderen dat ten tijde van het consult geen duidelijke aanwijzingen waren voor meningococceninfectie en dat de diagnose waterpokken niet uitgesloten was. Het onderzoek op de schoot van de moeder werd als adequaat beoordeeld, maar het niet nader onderzoeken van een bultje op het ooglid werd als onzorgvuldig gezien, zonder dat dit onrechtmatig handelen opleverde.
De rechtbank oordeelt dat de huisarts onvoldoende duidelijke instructies gaf over het vervolgconsult, wat niet voldoet aan de zorg van een goed hulpverlener. Echter, het causale verband tussen deze tekortkoming en de gehoorbeschadiging is niet bewezen. De deskundigen achten het niet waarschijnlijk dat de vertraagde behandeling heeft geleid tot de restverschijnselen. Daarom worden de vorderingen afgewezen en worden de eisers veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen afgewezen wegens onvoldoende bewijs van toerekenbare tekortkoming en causaal verband.