ECLI:NL:RBZUT:2002:AE8405
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid en verzet tegen dwangbevel inzake kampeeractiviteiten op perceel
De rechtbank Zutphen behandelde het verzet van eiser tegen een dwangbevel opgelegd door de gemeente vanwege overtreding van een last onder dwangsom met betrekking tot kampeeractiviteiten op zijn perceel.
De gemeente overlegde de juiste procesbesluiten waaruit bleek dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd was om namens de gemeente te procederen. Eiser voerde aan dat dit besluit ontbrak en dat het besluit van 4 september 2001 niet rechtsgeldig was, maar de rechtbank oordeelde dat het latere bekrachtigingsbesluit van 9 juli 2002 dit tekort compenseerde, waardoor de gemeente ontvankelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de dwangsombeschikking van 4 januari 2000 onherroepelijk was en dat het beroep van eiser op verjaring faalde omdat de invorderingsbevoegdheid nog niet was verjaard. De door de gemeente gestelde overtreding van de last onder dwangsom werd voldoende onderbouwd met een handhavingsverslag, terwijl eiser zijn betwisting onvoldoende motiveerde.
Hoewel eiser stelde dat de kampeeractiviteiten door zijn besloten vennootschap werden uitgevoerd en hij daarom niet verantwoordelijk was, concludeerde de rechtbank dat eiser als eigenaar en directeur voldoende macht had om de last na te leven. Het verzet tegen het dwangbevel werd daarom afgewezen, behalve voor de bijkomende kosten die niet gespecificeerd waren, waarvoor alleen de kosten van het betekeningsexploot werden toegewezen.
Ten slotte wees de rechtbank de vordering tot verklaring voor recht af dat de gemeente een toezegging had gedaan tot herziening van het bestemmingsplan, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit tot een wijziging had geleid of dat hij daardoor schade had geleden.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt afgewezen, behalve ten aanzien van niet-gespecificeerde bijkomende kosten.