ECLI:NL:RBZUT:2002:AE8870
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.A.M. Smulders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag op bedrijfseconomische gronden
Werknemer, sinds 1971 in dienst en sinds 1996 arbeidsongeschikt, werd in 2001 ontslagen op bedrijfseconomische gronden na een reorganisatie. Werkgeefster had een sociaal plan met vakorganisaties en de ondernemingsraad overeengekomen dat onder meer een uitkeringssuppletie en scholingsmogelijkheden bevatte.
Werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat hij het anciënniteitsbeginsel geschonden zag en de gevolgen van het ontslag te ernstig waren in verhouding tot het belang van werkgeefster. Hij voerde aan dat hij zijn oorspronkelijke functie van [A] wilde hervatten en dat de compensatie uit het sociaal plan onvoldoende was.
De kantonrechter oordeelde dat werknemer ten tijde van de reorganisatie niet langer de functie van [A] bekleedde en dat hij geen bijzondere omstandigheden had gesteld die een kennelijk onredelijk ontslag konden rechtvaardigen. Het sociaal plan bood ruime voorzieningen, waaronder coaching en bemiddeling, en de vordering werd daarom afgewezen.
Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter J.A.M. Smulders te Zutphen op 8 oktober 2002.
Uitkomst: De vordering van werknemer wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.