ECLI:NL:RBZUT:2002:AF2593
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Oosten
- Van Hoorn
- Versteeg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing door overval op filiaal Albert Heijn
Op 28 september 2002 heeft verdachte samen met mededaders een poging tot afpersing gepleegd in een filiaal van Albert Heijn te Lochem. Zij gebruikten geweld en bedreiging met een vuurwapen en mes om een medewerker te dwingen tot afgifte van geld en sleutels van de kluis. De overval was ruimschoots beraamd en voorbereid, waarbij ook bivakmutsen en een scanner werden ingezet.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte en zijn mededaders het filiaal binnengingen, de medewerker op de grond duwden, op diens benen gingen zitten, en met een pistool en mes dreigden. Dreigende woorden werden uitgesproken om medewerking af te dwingen. De poging tot afpersing werd als een ernstige vorm van vermogenscriminaliteit beoordeeld, mede vanwege het gebruik van geladen wapens en de impact op de veiligheid van het personeel.
Verdachte was eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit en verkeerde nog in de proeftijd van die straf. Dit werd meegewogen bij de strafoplegging. De rechtbank veroordeelde verdachte tot vier jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.889 aan Albert Heijn en een bedrag van €472,25 aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De strafoplegging werd gemotiveerd vanuit de ernst van het delict, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en betaling van schadevergoeding wegens poging tot afpersing met geweld en bedreiging.